1: Nieuwe vrienden

1 september

Heey Ayla,

Wat is het lang geleden dat ik je geschreven heb! Maar dit moet ik je echt vertellen. Ik zit nu in de trein naar Zweinstein, je weet wel, de tovenaasschool. Ik denk dat we ongeveer halverwege zijn, want het is ongeveer drie uur. Ik zit alleen in de coupé, want de rest is vol, en niemand komt bij mij zitten. Aan de ene kant vind ik dat prettig, omdat ik dan rustig kan schrijven, maar aan de andere kant wil ik zo veel vragen over Zweinstein!

Ah, bah! Ik stopte net een smekkie met andijviesmaak in mijn mond. Jakkes wat vies! Even wegspoelen met wat pompoensap. Ik stap maar over op de chocokikkers en ketelkoeken.

Ik hoop dat ik in Ravenklauw kom, of in Griffoendor. Dat zijn de beste afdelingen vind ik. Als ik maar niet in Huffelpuf kom, dat lijkt me zo saai. En ik ken daar niemand. Niet dat ik in de andere afdelingen iemand ken, maar goed. Ik schrijf deze brief later wel af, zodra ik gesorteerd ben, want er komt iemand binnen…

Snel moffelde Alouette het perkament, de veer en de inkt weg en zat normaal op de bank toen er een bruin meisje met gitzwart haar binnen kwam.

'Hallo. Is deze coupé nog vrij?'

'Ja hoor, alleen ik zit hier.'

Wat een dom antwoord, verweet ze zichzelf. Zoiets zeg je toch niet?

'Mooi zo. Nergens anders is plek, en waar ik net zat werd ik weggejaagd door een paar ouderejaars.'

'Zit jij ook in de eerste klas?' vroeg Alouette verbaasd.

'Ja. Maar ik heb een broer in de derde klas en een zus in de zevende.'

Met open mond keek Alouette haar aan. Gelukkig merkte ze het snel en gaf zichzelf een mentale uitbrander. Doe nou eens normaal!

Het meisje leek er niets van te merken en daar was ze blij om.

'Ik heet Devony, en jij?'

'Alouette.'

Ze schudden elkaar de hand.

Devony nam plaats tegenover Alouette en staarde uit het raam. Zenuwachtig frunnikte Alouette aan haar gewaad en gluurde naar Devony. Ze zag staalgrijze ogen, lange donkere wimpers, een rechte neus en volle rode lippen.

Blijkbaar had Devony gevoeld dat ze aangekeken werd, want ze draaide zich abrupt naar Alouette toe. 'Waarom gluur je zo naar me?'

Alouette bloosde en wendde haar blik naar buiten, waar nu een verlaten heideveld te zien was.

'Ik ben het niet gewend om samen met iemand die ik niet ken in een coupé te zitten.'

Weer schudde ze zichzelf door elkaar. Wat een flauw excuus! Bedenk voortaan een betere smoes.

'Oh,' was alles wat Devony, terwijl ze Alouette uitvoerig bekeek. Daar werd die nog zenuwachtiger van en ze voelde dat ze een rode kop kreeg. Plotseling begon Devony keihard te lachen en Alouette voelde zich belachelijk en beledigd tegelijk.

'Waarom lach je nou?' snauwde ze dan ook.

'Omdat je zo verlegen bent. Wees eens wat vrolijker, meid, de wereld lacht je toe!'

Alouette had alles verwacht, van een fikse ruzie tot een oorverdovende stilte, maar niet zo'n antwoord, dus zweeg ze en tuurde weer uit het raam.

Devony staarde ook weer naar het landschap, dat nog niet veranderd was. Na een paar minuten begon ze een liedje te neuriën. Verrast keek Alouette haar aan.

'Is dat niet "Born to stay on the moors" van Carmen Chantal?'

Devony stopte met neuriën. 'Ken jij haar?'

'Niet persoonlijk,' grinnikte Alouette, 'maar ik ken haar nummers bijna allemaal!'

'Ik ook! Ik ben een reusachtige fan van haar.'

'Er zijn niet veel fans van haar, geloof ik. Maar ik ben blij dat ik er een gevonden heb,' glimlachte Alouette.

'Ik ook,' grijnsde Devony. Ze begon een ander nummer te neuriën. Alouette deed mee.

'Ken je haar nieuwste nummer, "Wishing everyone a lucky day"?' Meteen begon Alouette de melodie de neuriën. Ten teken dat ze het kende begon Devony de tweede stem te neuriën.

Op de gang hoorden ze iemand zingen. Verbaasd keken Alouette en Devony elkaar aan. Het lied dat ze hoorden was wat ze net aan het neuriën waren. Toen de deur openging zagen ze een klein blond meisje met lieve paardenstaartjes, sproeten en een wipneusje de coupé binnenkomen.

'Waarom stopten jullie met neuriën? Nu moest ik op mijn gevoel afgaan waar de Carmen Chantalfans zaten.'

'Euh…' begon Alouette.

'We waren nogal verrast dat we het hoorden, want er zijn niet zo veel fans van haar, dachten we.'

'Dat klopt. Jullie zijn de eerste die ik zie.' Ze grinnikte. 'Of eigenlijk hoorde ik jullie.'

Alouette en Devony grijnsden.

'Ik heet trouwens Pam. Afkorting voor Pamela.'

Ze stak haar hand uit en schudde die van Alouette en Devony, die zich ook voorstelden.

'In welke afdeling zitten jullie?' vroeg Pam nieuwsgierig. Ze scheen ervan overtuigd dat zij al in een hogere klas zaten. Alouette en Devony keken elkaar aan en glimlachten.

'Dat weten we nog niet. Wij zitten in het eerste jaar.'

Pam's mond viel open. 'En ik was er heilig van overtuigd dat jullie ouder waren! Hoe oud zijn jullie?'

'Ik ben over drie maanden twaalf,' zei Devony.

'En ik ben net een half jaar elf,' zei Alouette.

'Ik ben over een paar weken pas elf…' fluisterde Pam.

Devony keek verbaasd. 'Waarom zou er zo'n groot verschil zijn in leeftijden voor het eerste jaar? Had ik dan niet vorig jaar mijn brief moeten krijgen?'

'Of ik pas volgend jaar,' voegde Pam toe.

'Dat zullen we nooit weten, denk ik. Feit is dat we bij elkaar zitten,' glimlachte Alouette. 'Iemand een ketelkoek of een chocokikker?'

Toen de ketelkoeken en chocokikkers op waren begonnen ze te praten over hun lievelingsliedjes. Alledrie vonden ze "Beginning of life or death" een prachtig nummer. Devony en Alouette vonden "Born to stay on the moors" geweldig, Pam wat minder. Devony en Pam kwamen goed overeen over "The wild years are returning", en Alouette en Pam vonden "Witchly times" fantastisch.

Devony begon het lied "Heaven or hell" te neuriën en Alouette neuriede mee. Maar beiden stopten met neuriën toen Pam begon te zingen.

'The world is changing fast

evil angels are on the loose

the devil plays with the weak

and heaven calls the strong…'

Devony nam het over van Pam en zong met haar zuivere, zware stem.

'The flowers are bringing back

The good old pretty days

In this cold and chilly time

Is it heaven or hell?'

Alouette zong het volgende couplet.

'Will the dreams of the hopeful

Ever come true, Or is it just

An everlasting illusion to us

who are living in the dreams.'

Samen zongen ze het refrein uit volle borst.

'Is it heaven or hell

To live in the wizarding world

Are we really so much better

Then all those muggles out there?'

Omdat ze zo aan het zingen waren, hadden ze niet gehoord dat de deur weer open was gegaan. Een jongen leunde tegen de deur en zong het volgende couplet.

'Mother nature will bring us

all we have to live for

But father time will take away

the things we were living for.'

Devony, Alouette en Pam waren ineens stil geworden door de heldere stem van de jongen die nog steeds nonchalant tegen de deur stond. Ook hij was nu stil. Ergens in de verte hoorden ze echter allemaal het volgende couplet.

'The things we love so much

Are fading away oh so fast

And the hated things in our lives

are coming upon us much too soon.'

Een lange jongen verscheen in het zicht, met een meisje aan zijn zijde. Zij zette het volgende couplet in.

'Is it heaven or hell

To live in a beatiful world

With so many cruels and pain

So much to live and to die for.'

Met zijn zessen zongen ze uit volle borst het refrein een aantal keer en de nieuwkomers gingen zitten, zodat de coupé behoorlijk vol was.

Pam en Alouette waren nogal verlegen met zoveel mensen om zich heen, maar Devony keek verheugd.

'Wel, Carmen Chantalfans, stel jullie voor,' grijnsde ze.

De jongen die tegen de deur aan had geleund keek om zich heen en opende zijn mond, maar voor hij iets kon zeggen begon het meisje dat met de lange jongen mee was gelopen te praten.

'Ik ben Luka en Duco hier is mijn broer. Wij zitten allebei in Ravenklauw.'

'En ik ben Arwin. Eerstejaars.'

'Wij drie zijn ook eerstejaars,' vertelde Devony.

'Wij zijn Pam, Devony en Alouette,' stelde Alouette hen voor.

'Ik had nooit gedacht dat er zo veel Carmen Chantalfans waren, laat staan alleen al op Zweinstein!' zei Pam enthousiast, 'Dit kan nog leuk gaan worden!'

Op dat moment hadden ze echter geen tijd meer om te praten, want de Zweinsteinexpress kwam aan op het station in Zweinsveld. Luka en Duco liepen naar koetsen zonder paarden en Arwin, Pam, Alouette en Devony liepen naar een reus van een man toe, die alle eerstejaars bij zich verzamelde.