"Harry liet Marcel los, al besefte hij dat zelf niet. Hij sprong de treden af en trok zijn toverstok, terwijl Perkamentus zich ook naar het podium wendde.

Het was alsof Sirius er een eeuwigheid over deed om te vallen; in een sierlijke boog tuimelde hij achterover door het rafelige zwarte gordijn dat voor de stenen poort hing.

Sirius was gewoon door de poort gevallen en zou dadelijk aan de andere kant weer te voorschijn komen, dacht Harry.

Maar hij kwam niet te voorschijn.

"Sirius!" schreeuwde Harry. "Sirius!"

"Hij komt niet meer terug, Harry. Hij is d…"

"Nee! Hij is niet dood!" zei Harry."

Sirius kon met moeite zijn lachen inhouden, terwijl hij kromgebogen achter het gordijn stond. Lupos had het in de gaten, maar speelde er mooi op in. Hij besloot dat Harry wel een lesje verdiende, want deze was toch iets te overmoedig geworden en moest maar eens leren dat heldendom risico's met zich meebrengt. Lupos hield Harry stevig bij zijn armen vast. Hij knipoogde naar Perkamentus die amper zijn lachen in kon houden.

Het leek alsof Perkamentus zojuist in huilen was uitgebarsten, zijn schouders schokte erg en hij verborg zijn gezicht in zijn gewaad.

Op dat moment kwam Heer Voldemort binnen gelopen met in zijn kielzog een grote groep dooddoeners. Gniffelend schuifelden zij vooruit, alsof ze lachten om de dood van Sirius, hoewel ze hem levend achter het gordijn zagen dansen. Voldemort trok zijn toverstok en dat deed Albus ook. Lupos loodste alle kinderen die in de kamer stonden naar buiten en kwam daarna weer naar binnen toe. "Je kunt tevoorschijn komen, Sirius!" riep hij vrolijk. Droebel heeft de kinderen mee terug genomen naar school.

Schaterlachend kwam hij te voorschijn. "Dus dat irritante petekind van mij is opgehoepeld?"

"Jup!" grijnsde Voldemort. "Opgeruimd staat netjes, niet waar."

"Jij en je mannen hebben je weer goed bewezen, Voldie. Dat was een goed staaltje toverkunst dat jullie net weggaven in de gangen van het ministerie." zei Albus.

"Maar Albie, we konden het niet af zonder jou hulp. Zeg, waar is Sneep trouwens?"

"Die houd de kinderen bij het thuisfront in de gaten en heeft Harry's kamer doorzocht. En net kwam hij iets heel leuks brengen."

"Wattan." vroeg Voldemort gretig.

Albus haalde iets onder zijn gewaad vandaan, maar het was niet te zien wat. "Severus heeft de onzichtbaarheidmantel gevonden en er een spreuk over uitgesproken. De 'Invisibilia Finité'. Als wij vermoedden dat Harry in de buurt is, dan kunnen we deze spreuk uitspreken over hem en hij wordt zichtbaar."

"Maar Albus! Dat is geweldig! High five!" riep Voldemort. En zo geschiedde het. Iedereen lachte voluit.

"Nou ja, wij gaan er maar eens vandoor. Het avondeten zal wel op tafel staan." zei Lucius. En iedereen liep weg.

Harry liet zich op bed ploffen. Tranen stroomde over zijn wangen heen. Hij kon zijn onzichtbaarheidmantel niet vinden. En Sirius was ook dood. Het was allemaal één brok ellende.

Zijn beste vrienden, Ron en Hermelien, zaten ook al steeds over hem te praten… Ze hadden zelfs tegen hem gezegd dat ze zijn sterallures zat waren. Maar hij had helemaal geen sterallures. Ze waren het zat om in zijn schaduw te staan en hem te bedienen alsof ze zijn slaafjes waren.

Hij was net naar boven gelopen, want het was zo onuitstaanbaar dat Ron en Hermelien met z'n tweeën bij het warme haardvuur over de gebeurtenissen praatten. Ze waren hartstikke verdrietig dat Sirius dood was, en dat kon hij niet begrijpen. Het was toch veel erger dat hij zijn onzichtbaarheidmantel kwijt was! Hoe moesten ze nu ongezien hun nachtelijke uitstapjes maken? Nu zaten ze voorgoed vast in Zweinstein. Was hij belandt in de hel? Of was het gewoon warm in de kamer… Ineens zag hij het vuur aan zijn schenen liggen. (Letterlijk.) In de vlammen zag hij het gelaat van Severus Sneep. "Zo, meneer heeft het koud? Heb je geen mantel om je warm te houden?" grijnsde hij.

"Nou, als je het perse moet weten," hij nam een adempauze en dacht diep na. Tenslotte zei hij: "Ja, maar dat betekend toch niet dat ik hem om moet doen? Hè."

Sneep had ondertussen het vuur uitgedoofd. "Waarom heb je dan een fikkie gestoken?" vroeg Sneep met een opgetrokken wenkbrauw."

Harry antwoordde: "O, dat heb ik niet bewust gedaan. Dat waren vast en zeker mijn verborgen magische krachten."

"Hé, je bent geen Charmed One!"

"Echt wel!" riep Harry uit. "Ik ben alles, wat niemand hier is."

"Dom?" mompelde Sneep droogjes.

"Ach man! Ga je haar wassen!"

"20 punten aftrek van Griffoendor." Hij draaide zich om en liep naar de deur toe. Daar draaide hij zich nog even om en zei: "O, Potter, het is trouwens 'Professor' voor jou." Met een ruk draaide hij zich om en verdween door het gat van de deur.

Harry was weer alleen. Wat moest hij nou van deze situatie denken… Uiteindelijk haalde hij zijn schouders op en vertrok naar dromenland.