Hoofdstuk 1

Pijn. Dat was het enige dat Harry voelde. Heel veel pijn. Hij voelde zich alsof elk botje in zijn lichaam verwijderd was en dat hij een hele fles skelatine had gekregen. En een kleine slok deed al zo een pijn!

Opeens kwamen al de herinneringen van het laatste gevecht terug. Harry wist weer wat er allemaal gebeurd was. Ook het geval met Sneep.

Hij opende zijn ogen en herkende niets. Hij zag ook heel wazig. Zijn bril! Die had hij nog niet op. Hij voelde rond zich heen en vond… lakens! Was hij in een ziekenhuis? Of terug in Zweinstein?

Hij kwam uit bed en zocht in het rond. Op een stoel naast zijn bed vond hij zijn bril en zijn toverstok. Hij zette zijn bril op en in het donker zag hij waar hij was: In het huis van zijn gestorven peetvader Sirius Zwarts. Hij was dus in het hoofdkwartier van de Orde van de Feniks!

Dit vond Harry maar heel vreemd. Sinds Sneep hen verraden had, was Harry (en niemand van de orde buiten Dwaaloog en Remus die alle documenten en bezittingen van de orde eruit hadden gehaald), terug geweest op het Grimboudplein 12.

Plots hoorde Harry een zacht gesnurk. Nee, een vrij luid gesnurk. "Ron! Je leeft nog!" Met een luide snurk draait Ron zich om en slaapt verder. Harry moet er bijna bij lachen.

"Ik snap er niets van. Het is alsof ik terug ben naar de zomer voor mijn 5de jaar. Wat zei Sneep nu weer, het was niet gewoon de doodsvloek. Wat zei hij nu toch weer?" Harry is nog diep in gedachten terwijl hij opstaat om naar de keuken te gaan.

Beneden gekomen, ziet Harry het licht in de keuken dat nog steeds aan is. Harry schat dat het niet later dan 3 uur in de nacht kan zijn en wandelt heel voorzichtig naar binnen, de toverstok gericht op de schouderhoogte.

"Dag Potter!" Harry verschrikt zich. Uit de verste hoek komt Severus Sneep naar voor, zijn toverstok op hem gericht. Door de verrassing is Harry te laat en wordt geraakt met een 'petrificus totalis' gevolgd door een 'silencio'.

Harry kijkt verdwaast in de zwarte ogen van zijn oude toverdrankenleraar.

"Aangezien ik terug ben, ben jij dus ook teruggekeerd. Ik heb hier wat waarheidsdrank mee, veritaserum. We zullen nu open kaart gaan spelen."

Met deze woorden ontkurkt Sneep een klein flesje met een water-achtig goedje en drinkt de helft op, en dwingt Harry de andere helft op te drinken.

"Nu zullen we eens zien of we deze tweede kans verdiend hebben…"